Stichting TPZ

Leven in waarheid – Mark Pertuit – Themadag 2012

Current Status
Not Enrolled
Price
Free
Get Started

Over de centrale rol van waarheid bij genezing van de ziel 

In een leugen geloven kan ons helpen om de pijn in ons hart niet onder ogen te hoeven zien. We zeggen: ‘Ik heb gelukkig een goede jeugd gehad’ of: ‘Ik ben nooit boos.’ Leugens in ons leven kunnen ook gedachten zijn zoals ik ben niet de moeite waard, ik ben dom, onaantrekkelijk, onbekwaam en God is niet in mij geïnteresseerd.

Er is alleen genezing van onze wonden in onze ziel voor zover we in het licht van Christus wandelen. Genezing van onze ziel gebeurt in de ontmoeting met de levende God, die liefde én waarheid is. Het is belangrijk dat we de waarheid erkennen en spreken, en op basis van de waarheid handelen.

Als we de waarheid niet erkennen, raken we verward en zijn we overgeleverd aan de chaos in ons denken, in onze gevoelens en omstandigheden. Leugens ontwrichten ons leven en plaatsen ons buiten de werkelijkheid.

De waarheid over ons persoonlijk leven is verbonden met het grote raamwerk van de werkelijkheid, de objectieve waarheid over God en de wereld. Als we ons persoonlijke levensverhaal in waarheid onder ogen zien, vluchten we niet langer in hoe we iets graag zouden zien of hoe anderen het zien, maar vertellen we het echte verhaal over onszelf. Door ons vast te houden aan de waarheid groeien we.

Hoewel in waarheid leven soms pijnlijk is, is dit altijd het pad van het licht, van overvloedige genade en groei in heelheid. De vier lezingen op deze themadag monden steeds uit in een gebed rond genezing van ons intellect, onze wil en onze emoties.

Mark Pertuit zal deze thema’s behandelen:

Lezing 1 Leven aan de kant van de waarheid Lezing 2 De waarheid over God en over jou Lezing 3 De waarheid over jou, deel 2 Lezing 4 De waarheid ontvangen

Wil je TPZ steunen?

We vinden het heel fijn om je de lezingen van TPZ-conferenties gratis te kunnen aanbieden. Maar… het opnemen en bewerken van de lezingen, het onderhoud en de ontwikkeling van deze site kosten natuurlijk wel geld. 

Geniet je van de lezingen? Wil je ons dan helpen met een (kleine) donatie?
Een gift aan TPZ is aftrekbaar voor de belasting.

Kernbegrippen in de lezingen

Leanne en haar teamleden gebruiken een aantal sleuteltermen die enige uitleg behoeven. Hieronder vind je een overzicht van deze termen met een korte toelichting.

Het tegelijkertijd hebben van tegenstrijdige gevoelens van de ene persoon tegenover de andere, zoals liefde en haat, woede en tederheid, of een snelle verandering van de gevoelens tegenover een ander. (Dit betreft zowel ambivalentie tegenover de eigen sekse als tegenover de ander sekse.)

Een breed begrip dat een centrale plaats in het denken van Leanne Payne inneemt. Het reikt van ‘zijn’ in filosofische zin (het eigen zijn in diepte kennen) tot het psychologische gevoel een eigen plek te bezitten. Wanneer het intact is, leidt het tot een basisgevoel van het eigen wezen. In geval van beschadiging ontstaan diepe problemen rond het eigen ik. Vanuit de ontwikkelingspsychologie wordt het in de vroege kindertijd door de moeder opgewekt en uit het zich in een diep gevoel van innerlijke vrede, het gevoel dat alles goed is. Het ontbreken ervan brengt een gevoel van ‘niet-zijn’ (‘sense of non-being’) dat grote beschadigingen in de persoon tot gevolg kan hebben.

Iemand die niet vrij is, die zichzelf afhankelijk opstelt tegenover de verslaving, ziekte of zwakte van een ander of anderen betrekt in die van zichzelf.

Symbool van het mannelijke geslachtsdeel als teken van vruchtbaarheid en soms ook van macht (bijv. op de offerplaatsen op de heuvels van de Baäl-aanbidding).

Een in zichzelf gekeerde houding van de mens zonder God. Hij is naar andere mensen toe gebogen en op hen gefixeerd en zoekt in hen zijn identiteit in plaats van rechtop voor God te staan. Ook Augustinus en Luther spraken al over de gevallen mens als een ‘homo incurvatus in se’, een naar binnen gebogen mens. Hier tegenover staat de verticale houding, rechtop staand, naar buiten kijkend (‘looking out’) en naar boven kijkend (‘looking up’) naar God in aanbidding en gehoorzaamheid.

Een term die stamt uit de mystieke traditie (broeder Laurentius). Het is de kern van het therapeutische doel bij genezend gebed. Het gaat om een inoefenen en een levenslang treden in Gods Tegenwoordigheid. Hierbij stelt de mens zich innerlijk heel bewust voor Gods aangezicht, strekt zich naar hem uit, stort zijn innerlijk voor hem uit en wacht tot hij tot hem spreekt. Zo begeeft hij zich in een ‘rechtop staande positie’ en bevrijdt zichzelf uit zijn ‘gebogenheid’, d.w.z. het gefixeerd zijn op andere schepsels, waarin hij tot hiertoe zijn identiteit zocht. Deze vindt hij alleen door te luisteren naar God. Wanneer hij dit doet, ‘praktiseert’ hij tegelijkertijd de ‘tegenwoordigheid van zijn echte ik’, zoals dat door God is geschapen. Zo doet hij, in de woorden van het Nieuwe Testament, zijn ‘nieuwe mens aan’. Daar tegenover kan de mens ook ‘de tegenwoordigheid van zijn oude (onechte) ik praktiseren’: hij geeft op deze manier ruimte aan een vals zelfbeeld, luistert naar de verkeerde stemmen uit zijn ziekelijke innerlijk of naar stemmen van buiten en fixeert zich zo op een verkeerde identiteit die tegenover zijn door God gegeven identiteit staat. Dit leidt tot voortgaande fragmentatie van de persoonlijkheid en tot gebondenheid van de echte, eigenlijke mens.

Religieus-filosofische stroming in en rond het antieke Griekenland gelijktijdig met de vroege kerk (vanaf 30 tot 500 na Chr.). De leer van mystiek geïnspireerde kennis over het feit dat de mens zich via stadia uit God heeft ontwikkeld. De ziel is eeuwig en verheven, gevangen in materie, het lichaam. Materie wordt niet als goede schepping gezien – dus wordt ook de Incarnatie geloochend. De ziel wordt bevrijd uit de gevangenis in de materie en keert terug tot zijn eeuwige oorsprong. Dit proces van openbaring is alleen voor ingewijden. In het NT wordt vaak tegen gnostiek gewaarschuwd..

De mens die gezond is, heeft al zijn (door God geschapen) delen en mogelijkheden geïntegreerd en is ‘heel’ geworden. 
In psychologische zin een gerijpte persoonlijkheid.

Verdraaide symbolen worden vervangen door de ware, echte symbolen. Bijv. een negatief vaderbeeld wordt hersteld door het ervaren van God als Vader.

Van hysteria, een psychosomatische ziekte die zich uit door sterke reacties van het zenuwstelsel, bijv. verlamming, stuiptrekkingen en braken, veroorzaakt door mentale invloeden.

De oude mens/natuur: het ‘ik’ dat blijft leven in onvolwassenheid, voortdurend op zoek naar goedkeuring, erkenning, dat nog steeds bepaald wordt door de stemmen uit het verleden, van de wereld en van het vlees.

De nieuwe mens/natuur (volgens de Bijbel): de man of vrouw die is verzoend met alle aspecten van zijn of haar persoonlijkheid zoals door God geschapen, die zichzelf in waarheid aanvaardt.

De plaats in ons waar God leeft en tot ons spreekt, en waardoor Hij door ons heen spreekt en werkt. 


Gods Tegenwoordigheid in ons (‘Christus in u, de hoop der heerlijkheid’)

Vrouwenhaat (ook: haat ten opzichte van het vrouwelijke).

Mannenhaat (ook: haat ten opzichte van het mannelijke).

Dit is vaak een afweermechanisme om het individu te beschermen tegen verdere pijn. Inspanning om het ik te scheiden van de realiteit (vaak een onbewuste weigering om de werkelijkheid te zien en tegemoet te treden). Het individu verdringt zijn of haar beschadigde emoties (boosheid, jaloezie, haat, woede) en ontkent het bestaan ervan.

Een negatief, egocentrisch ‘alleen maar naar jezelf kijken’. Positief hiertegenover staat ‘op God gericht zijn’.

Het hart (of het onbewuste) bevat beelden of symbolen van de werkelijkheid (van de vader, de moeder, het mannelijke, het vrouwelijke, het gezin, van God, etc). Deze beelden zijn vaak verwrongen en verward vanwege pijnlijke, negatieve of traumatische ervaringen. In zo’n geval spreekt men van symbolische verwarring – bijv. een zoon of dochter van een alcoholist kan een negatief beeld hebben van het woord ‘vader’).

Zien ‘met de ogen van het hart’.

Vanwege het gescheiden-zijn van God kan geen enkel mens zijn door God gegeven ‘echte’ wezen ontwikkelen. Daarom leeft hij in plaats daarvan in onwaarheid, en dat betekent vaak ook in ‘niet-werkelijkheid’: Hij is van zijn eigenlijke ik vervreemd. Daarom moet hij ‘worden’, groeien in de waarheid van zijn eigenlijke mens-zijn, zoals God hem heeft geschapen. M.a.w. hij moet een persoon worden, zijn naar Gods beeld geschapen-zijn ontdekken en verwerkelijken. Dit proces geschiedt door zich af te keren van het oude, onechte ik en zich naar God te keren door het ‘praktiseren van Gods Tegenwoordigheid’.